Coo: erkende expertise in energieopslag

De centrale van Coo neemt al ruim dertig jaar een centrale plaats in in de energiemix van ENGIE Electrabel. Coo vormt een essentiële schakel om te kunnen voldoen aan de toenemende flexibiliteitsbehoeften die voortvloeien uit de energietransitie. Een uitbreiding van Coo wordt vandaag bestudeerd. ENGIE heeft de ambitie om leider te worden van de energietransitie in Europa.

ENGIE Electrabel Coo jbcDe bouw van de centrale van Coo begon in 1967 en verliep in twee fasen. Het doel ervan was de nucleaire productie optimaal te integreren in het Belgische elektriciteitsnet. De eerste fase werd in 1972 afgerond met de inbedrijfstelling van drie groepen turboalternatoren met een totaal vermogen van 474 MW (Coo 1). De werkzaamheden van de tweede fase omvatten de installatie van drie aanvullende groepen met een totaal vermogen van 690 MW (Coo 2). Deze fase werd voltooid in 1979. Het benedenbekken werd behouden in zijn oorspronkelijke toestand, met twee dijken die de meander afsluiten van de natuurlijke loop van de Amblève. Op de top van het plateau werden twee kunstmatige meren aangelegd, de bovenbekkens van de centrale.

Alle andere installaties – de twee drukleidingen die het water van de bovenbekkens naar de centrale voeren en de machinezaal met de zes groepen turboalternatoren – bevinden zich onder de grond.

De centrale van Coo neemt al ruim dertig jaar een centrale plaats in in de energiemix van ENGIE Electrabel en is een essentiële schakel om te voldoen aan de toenemende flexibiliteitsbehoeften die voortvloeien uit de energietransitie.

Een eenvoudig en doeltreffend mechanisme

De werking van een waterkrachtcentrale is heel eenvoudig: het stromende water (kinetische energie) doet een turbine draaien (mechanische energie) die op haar beurt een alternator doet draaien. Die zet de mechanische energie om in elektrische energie. De in Coo geïnstalleerde groepen zijn omkeerbaar, wat betekent dat ze kunnen worden omgeschakeld van turbine- naar pompwerking, en omgekeerd.

In periodes met een laag verbruik, bijvoorbeeld ‘s nachts en in het weekend, wordt het water naar de bovenbekkens gepompt. In periodes met een groot verbruik laat men het water van de bovenbekkens naar het benedenbekken lopen, via de machinezaal waar de turbines en de alternatoren zich bevinden die de nodige elektriciteit opwekken.

Tijdens het turbineren en bij maximaal vermogen stroomt er per seconde bijna 500.000 liter water uit de bovenbekkens door de turbines. Dat is om de 5 seconden de inhoud van een olympisch zwembad! Het maximale vermogen kan worden bereikt in minder dan 2 minuten. De centrale wordt volledig door operatoren bestuurd vanuit een dispatching in Brussel. Zij beslissen over het moment en de wijze waarop de verschillende groepen moeten werken.

Het totale rendement van dit systeem bedraagt ongeveer 75%. Met andere woorden, driekwart van de in de daluren afgenomen energie wordt in de piekuren teruggegeven.

Flexibiliteit, een van de sleutels voor een stabiel net

De voorbije jaren heeft hernieuwbare energie een hoge vlucht genomen. ENGIE Electrabel is trouwens de grootste producent van groene stroom in België. Hernieuwbare energiebronnen dragen bij tot het koolstofarmer maken van de sector, maar ze zijn van nature ‘intermitterend’: wind en zon zijn niet altijd beschikbaar. De energieproductie kan hierdoor sterk schommelen van het ene moment op het andere, wat een grote impact kan hebben op de stabiliteit van het net. In de huidige context van energietransitie worden de flexibiliteits- en opslagbehoeften steeds groter, en deze tendens zal de komende jaren en decennia alleen maar toenemen.

Wereldwijd gebeurt 99% van de elektriciteitsopslag door pompen-turbineren. Dat procédé is op heden de enige manier om elektriciteit op grote schaal op te slaan. Op langere termijn zullen batterijen gecombineerd met steeds meer gedecentraliseerde productiemiddelen ongetwijfeld een deel van de oplossing bieden, maar spaarbekkencentrales zullen nodig blijven. Zij zijn op dit ogenblik de meest gebruikte en een van de verst ontwikkelde opslagtechnologieën in de wereld.

Hoewel de netwerkbeheerders (Elia in België) verantwoordelijk zijn voor het evenwicht op de Europese netten, draagt ENGIE Electrabel haar steentje bij met een gediversifieerd, lokaal en flexibel productiepark. ENGIE Electrabel anticipeert maximaal op de intermittentie van wind en zon door constant de temperaturen en de wind- en zonkracht in België en zijn buurlanden te analyseren, om ervoor te zorgen dat de vraag naar en het aanbod van elektriciteit in evenwicht blijven.

De centrale van Coo vervult een cruciale rol in het behoud van dat evenwicht. Ze is oorspronkelijk gebouwd als aanvulling op de kerncentrales, maar werd al gauw onmisbaar voor het beheer van de intermittentie van wind en zon. De turbines kunnen op elk ogenblik snel worden opgestart om een plotse productiedaling op te vangen, bijvoorbeeld bij onvoorziene stillegging van een elektriciteitscentrale, of om overtollige elektriciteit te verbruiken. Coo is in staat om vrijwel onmiddellijk de grootste eenheid van het Belgische productiepark te vervangen. Deze flexibiliteit wordt gebruikt door ENGIE Electrabel om haar elektriciteitsproductie te optimaliseren, maar ook door Elia via de contracten voor ondersteunende diensten. Ten slotte kan Coo ook worden ingezet om de centrale van Tihange opnieuw op te starten in geval van een black-out.

Weldra Coo 3?

Technisch gezien zou de site van Coo kunnen worden uitgebreid om nog een grotere rol te spelen in de energietransitie en de bevoorradingszekerheid. Een derde bovenbekken, Coo 3, zou kunnen worden aangelegd en verbonden met twee extra turbines met een totale capaciteit van 600 MW. Deze turbines zouden ondergronds of in een nieuw gebouw kunnen worden geplaatst. Dit project zou naar schatting een lokale investering van 600 miljoen euro betekenen.

De teams van ENGIE Electrabel onderzoeken op dit moment de uitvoerbaarheid van het project, waarvan zij de technologie perfect beheersen en dat ook volledig in lijn ligt met de wil van de Groep ENGIE om leider van de energietransitie in Europa te worden. Een project van dergelijke omvang kan echter maar ten uitvoer worden gebracht als er een duidelijk en stabiel regelgevend en economisch kader op lange termijn bestaat. Sommige elementen die vandaag de ontwikkeling van de elektriciteitsopslag in België afremmen, moeten worden herbekeken. Zo zijn er de nettarieven die twee keer worden aangerekend omdat er bij de opslag zowel elektriciteit wordt geproduceerd als verbruikt. Verder zijn er nog de heffingen en toeslagen die deze activiteit specifiek belasten, hoewel ze essentieel is om stroomafschakelingen te voorkomen.

Om te kunnen beslissen over zo’n kapitaalintensief project moet ENGIE Electrabel ook een preciezer beeld krijgen van de toekomstige flexibiliteitsbehoeften, van het strategische plan dat de overheid wil opzetten om aan deze behoeften te voldoen en van de evolutie van alternatieve, meer bepaald gedecentraliseerde, opslagoplossingen.

Met een geraamde investering van 600 miljoen euro zou het project Coo 3 een positieve impact hebben op de werkgelegenheid in de regio, op de economische dynamiek en op de ontwikkeling van de vakbekwaamheid en deskundigheid in het strategische domein van de energieopslag.

Leider van de energietransitie

ENGIE heeft de ambitie om leider te worden van de energietransitie in Europa en de toonaangevende energiespeler in de groeilanden. Hiervoor zal de Groep haar transformatie versneld doorvoeren rekening houdend met 4 grote pijlers binnen de energietransitie: decarbonisatie, een gedecentraliseerde productie, een gedigitaliseerde wereld en diensten inzake energie-efficiëntie.

Hernieuwbare energiebronnen behoren tot de strategische prioriteiten van ENGIE. Haar objectief is leider te worden van de energietransitie in Europa. De Groep wil haar opgestelde vermogen inzake elektrische hernieuwbare energie in Europa tussen 2015 en 2025 verdubbelen naar 16 GW. Wereldwijd bekleedt ENGIE een prominente positie met meer dan 20 GW opgesteld vermogen in hernieuwbare energiecapaciteit of bijna 20% van haar totale opgestelde vermogen.

ENGIE innoveert op het gebied van energieopslag, een belangrijk element in de doelstelling om naar een koolstofvrije wereld te gaan en naar een decentralisatie van de productie dankzij verschillende projecten in Frankrijk, Italië, Duitsland en Noorwegen. In België heeft de Groep een competentiecentrum geopend dat zich toelegt op de ontwikkeling van energieopslag door middel van batterijen. Wat grootschalige energieopslag betreft, exploiteert de Groep via ENGIE Electrabel de spaarbekkencentrale van Coo, die een sleutelrol speelt in het bewaren van het evenwicht op het net.

Coo in enkele cijfers

  • Maximaal opgesteld vermogen: 1.164 MW voor Coo 1 en 2.
  • Totale inhoud twee bovenbekkens: 8,5 miljoen m³ of 8,5 miljard liter.
  • Totale inhoud benedenbekken: ruim 8,5 miljoen m³.
  • Werkingsduur bij vol vermogen: 6 uur.
  • Maximumdebiet: equivalent van 10 olympische zwembaden per minuut.
  • Tijd nodig om maximaal vermogen te bereiken: minder dan 2 minuten.
  • Coo 3 :
    • Ongeveer 600 miljoen euro lokale investering.
    • 2 turbines van 300 MW.
    • Extra bovenbekken van 5 miljoen m³.
    • Vergroting van expertise in strategisch domein van energieopslag.
It's only fair to share...Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn