Na de windturbines op het land gaat Europa nu voor offshore parken

Windturbines zetten de energie van de wind om in elektriciteit. Dit type hernieuwbare energie, dat almaar winstgevender wordt, zou na de energietransitie wel eens de belangrijkste energiebron van de toekomst kunnen blijken. Vooral in Europa is windenergie zowel te land als ter zee de grote nieuwe trend. Analyse.

ENGIE windenergie énergie éolienne jbc sli

Met 90% van het totale geïnstalleerde vermogen wereldwijd en meer dan 3.200 aangesloten offshore windturbines in 2015 (1) is Europa wereldleider in offshore windenergie. Binnen Europa ligt Groot-Brittannië op kop met 46% van het wereldwijd geïnstalleerde vermogen in 2015, gevolgd door Duitsland met 30% en Denemarken met 11,5%.

Windenergie in Europa, duidelijke groei

De cijfers spreken voor zich: in de eerste helft van 2017 werd er 6,1 gigawatt (GW) extra windenergievermogen geïnstalleerd in Europa (2). Hiervan staat 4,8 GW op het land en is 1,3 GW offshore (grotendeels in de zeebodem verankerde windturbines).

Vanwaar deze opstoot? Steeds verder dalende productiekosten, stijgende winstmarges en de vraag van de consument naar groene lokaal geproduceerde energie.

ENGIE zet zich in voor offshore windenergie

Offshore windenergie is dus een van de belangrijkste elementen in de energietransitie. Windturbines op zee worden steeds competitiever en zouden nu tot dubbel zoveel elektriciteit kunnen produceren als onshore turbines.

ENGIE heeft ervoor gekozen om in dit type hernieuwbare energie te investeren met verschillende grote projecten op Europese bodem. Zo hebben ENGIE en EDP Renováveis (EDPR) met hun gezamenlijke joint venture Moray Offshore Windfarm (East) Limited in september een belangrijk contract binnengehaald in Groot-Brittannië. Tegen 2022 zullen ze langs de noordoostelijke Schotse kust een windpark van 950 MW aanleggen, voldoende voor het verbruik van meer dan 950.000 Britse gezinnen.

De prijs per MWh zal 57,50 Britse pond bedragen (3) – een zeer redelijke prijs die de toenemende competitiviteit van offshore windenergie aantoont en de uitbreiding ervan aanmoedigt. De redenen voor dit succes zijn legio: de technologieën die tot rijping komen, besparingen door schaalvergroting, gedeelde onderhoudskosten…

ENGIE ontwikkelt daarnaast ook andere projecten in Frankrijk, België en zelfs Portugal.

  • In Frankrijk ontwikkelt het samen met EDP Renewables en Caisse des Dépôts twee windparken met een totaal vermogen van zo’n 1.000 MW ter hoogte van Dieppe en Le Tréport, evenals in de zone île d’Yeu en île de Noirmoutier. Deze parken zouden in 2021 in dienst genomen moeten worden. Bij Leucate aan de Franse Middellandse Zeekust ontwikkelen ENGIE, EDP Renewables, Caisse des Dépôts samen met hun industriële partners Eiffage, Principle Power en General Electric een proefproject met drijvende windturbines dat de Franse overheid selecteerde in het kader van een oproep voor projecten met drijvende windturbines. Tegen 2020 zullen 4 windturbines met een vermogen van 6 MW elk geïnstalleerd worden op drijvende funderingen. Tegen 2023 zou Frankrijk 3.000 MW aan offshore windenergie moeten tellen en zou er nog eens een 6.000 MW aan nieuwe projecten in de steigers moeten staan.
  • In de Belgische Noordzee participeert ENGIE in het project Mermaid. Dit park, dat tegen 2020 klaar zou moeten zijn, omvat 66 turbines met een gezamenlijk vermogen van circa 250 MW.
  • Daarnaast is ENGIE ook actief in Portugal rond de ontwikkeling van drijvende windturbines in Europa. Het werkt er samen met EDP Renewables, Mitsubishi Corporation, Chiyoda Corporation en Repsol aan het windproject WindFloat Atlantic. Dit zou tegen 2018 moeten resulteren in een park van in totaal 25 MW, bestaande uit 3 à 4 turbines.

(1) Données économiques maritimes françaises, Ifremer, augustus 2017.
(2) WindEurope, juli 2017.
(3) Een prijs die tot 50% lager ligt dan die uit het eerste bod in 2015 in het Verenigd Koninkrijk.

It's only fair to share...Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn