En als we onze zonne-energie nu eens delen met onze buren?

De elektriciteit gebruiken die geproduceerd wordt door de zonnepanelen van je (over)buren? Dat zou binnenkort best weleens kunnen. De technologie is er klaar voor. Enkel de wetgeving moet nog worden aangepast. Maar het gaat alvast de goede richting uit!

15/02/2021 -
Suzanne M.

Een “energiegemeenschap” heet het. ENGIE Laborelec, het Belgisch competentiecentrum van ENGIE voor elektrische energie, onderzoekt al enkele jaren de rol van burgerparticipatie in de flexibiliteit van het elektriciteitsnetwerk. En dan vooral de energiegemeenschappen, die steunen op het delen van elektriciteit onder hun leden en de burger centraal zetten in het energiesysteem. De burger gaat op die manier actief meewerken aan de energietransitie en dus aan een meer koolstofneutrale wereld.

Hoe werkt een energiegemeenschap?

In een energiegemeenschap komt het er eigenlijk op neer dat er energie voorzien wordt via een kort circuit (zonder tussenkomst van een elektriciteitscentrale), net als bij co-renting of gedeelde mobiliteit.

Cathy Crunelle, Future Collectivities & Homes Lab Manager bij ENGIE Laborelec, legt uit: “Er zijn verschillende formats mogelijk. Een daarvan is dat inwoners van een wijk waar sommige gezinnen zonnepanelen hebben, hun elektriciteitsproductie gaan delen met hun buren om het rechtstreekse verbruik van lokaal geproduceerde energie op te drijven.” 

Voor een maximaal zelfverbruik moeten de verbruiks- en productiemomenten zo veel mogelijk samenvallen. Gelukkig kan de technologie ons daarbij een handje helpen. “Concreet betekent dat dat het evenwicht tussen de productie en het verbruik van de wijk ontstaat door bepaalde flexibele elementen in de gemeenschap al dan niet te activeren”, gaat de ingenieur verder. Denk aan het opladen van een elektrische auto of een boiler voor warm sanitair water of de opslag van elektriciteit in een thuisbatterij voor later gebruik (dat kan een batterij in een woning zijn of een “wijkbatterij”.

De voordelen van energiegemeenschappen

> De mogelijkheid om samen zonnepanelen te kopen. Bijvoorbeeld met het hele appartementsblok investeren in een installatie die niet alleen de energiebehoeften van de gemeenschappelijke delen van het gebouw dekt, maar ook die van de bewoners.

> Minder elektriciteit die via het elektriciteitsnetwerk stroomt. Dat zorgt voor minder lijnverlies en meer algemene efficiëntie.

> Ze vormen een opportuniteit om lokaal meer productiesystemen van groene energie te installeren. De grootte van de zonnepaneleninstallatie kan immers afgestemd worden op de beschikbare dakoppervlakte in plaats van op het verbruik van het gebouw.

> Ze stimuleren sociale integratie. Energiegemeenschappen vormen een unieke kans om alle burgers te laten bijdragen tot de energietransitie, zonder dat ze noodzakelijk eigenaar moeten zijn van hun woning of het nodige budget moeten hebben om te investeren in een energieproducerende installatie.

> Ze maken de burger vertrouwd met de energietransitie. Net zoals je door een eigen moestuin aan te leggen lokale en seizoensgroenten herontdekt en op een meer duurzame manier gaat eten, maakt deelnemen aan een energiegemeenschap de energiewereld minder complex door hem tastbaarder te maken.

> Het verbruik wordt beter verdeeld over de dag en verbruiks- en productiepieken worden vermeden.

“Op het juiste moment verbruiken is de boodschap”, voegt Cathy Crunelle nog toe. “Ervoor zorgen dat de gebruiker er niet voortdurend aan moet denken door de nodige acties te automatiseren en tegelijkertijd zijn comfort te verzekeren, is echter van cruciaal belang om een brede aanvaarding van de gemeenschappen door de burgers en een reële impact op ons energielandschap mogelijk te maken.” 

Al verschillende pilootprojecten met energiegemeenschappen in België

De teams van Cathy Crunelle voerden een eerste test uit voor het delen van elektriciteit onder buren tussen 2016 en 2018 toen energiegemeenschappen nog een concept waren zonder vastgelegd regelgevend kader. “Het stelde ons onder meer in staat om verschillende residentiële batterijen uit te testen en te beheren met het oog op een collectieve optimalisering en om de verwachtingen van de leden van de gemeenschap beter te begrijpen”, zegt ze.

Vandaag lopen er nog andere pilootprojecten in België. Die leveren heel wat nuttige informatie op om dit soort entiteit uiteindelijk ook bij ons te legaliseren. In Frankrijk is dat nu al het geval. Op het eiland Île d'Yeu droegen de werken van Laborelec bij tot de uitbouw van een eerste energiegemeenschap. Harmon’Yeu telt 23 woningen die de elektriciteit delen die door 5 huizen wordt geproduceerd. “We hebben er een beheersysteem van de energiestromen ontwikkeld door de beschikbare boilers en batterij te beheren en tegelijkertijd de voordelen eerlijk te verdelen onder de verschillende leden van de gemeenschap”, besluit Cathy Crunelle.

Wil je je ook meewerken aan een groenere en duurzamere toekomst? lees dan de 4 tips van Moenia voor je eerste stappen naar minder CO2. #ActWithENGIE