Zonnepanelen: 21 woorden die alles duidelijk maken

Als je overweegt om zonnepanelen te installeren, krijg je al snel te maken met allerlei onbekende termen en duistere begrippen. Maar met ons lijstje en een beetje uitleg wordt alles weer zonneklaar!

05/11/2020 -
Paul D.
Energie-expert bij ENGIE

“Voor je fotovoltaïsche energie kies je beter polykristallijne panelen in plaats van monokristallijne als je 3,5 kWp wenst te produceren om je 4000 kWh te dekken. Wij zullen het vermogen van je omvormer hieraan aanpassen. Je hebt geen driefasemeter nodig, een éénfasemeter is voldoende. Om de modules te integreren, raad ik je eerder een gemengde installatie aan.”

Klinkt dit als Chinees? Dat is heel normaal. Maar als je de volgende woordenlijst gebruikt, begrijp je alles wat je installateur je vertelt en hoef je helemaal niet meer te “doen alsof” als je nog eens praat met je vriend die ingenieur is ;-)

Voor we alle termen op een rijtje zetten, verduidelijken we graag enkele belangrijke basisbegrippen.

Wat is het verschil tussen zonnepanelen en een zonneboiler?

Als we het over “zonnepanelen” hebben, bedoelen we panelen die op een plat of schuin dak worden geïnstalleerd om elektriciteit op te wekken. De volledig correcte, maar zelden gebruikte naam van deze panelen is “fotovoltaïsche zonnepanelen”. Deze term is handig om het verschil aan te duiden met een tweede soort zonnepanelen: thermische zonnepanelen, vaak ook “zonnecollector” genoemd, die het centrale element van een zonneboiler vormen.

Fotovoltaïsche zonnepanelen bestaan uit cellen die een halfgeleidermateriaal bevatten (vaak silicium), dat het zonlicht rechtstreeks in elektriciteit omzet. Bij thermische zonnepanelen wordt de warmte van de zonnestralen benut om sanitair warm water op te warmen.

Opmerking: misschien gebruikt je installateur ook de term “fotovoltaïsche module” als hij het over een zonnepaneel heeft. Met andere woorden: een fotovoltaïsche of thermische zonne-installatie bestaat uit één of meerdere dergelijke modules.

Woordenlijst van de zonnepanelen

1. Kilowattuur (kWh)

Een kWh is de eenheid die wordt gebruikt om uit te drukken hoeveel elektriciteit een elektrisch toestel of een installatie produceert of hoeveel energie je verbruikt. 1 kWh stemt overeen met de energie die wordt verbruikt door een toestel met een vermogen van één kilowatt (of duizend watt) dat gedurende één uur functioneert.

2. Kilowattpiek (kWp)

De kWp is de eenheid die het elektrisch vermogen van zonnepanelen aangeeft. Als je zonnepanelen laat leggen op een dak met een geschikte helling en de juiste oriëntatie (30-36° zuid), dan komt in België 1 kWp overeen met een elektriciteitsproductie van ongeveer 900 kWh per jaar. Om voldoende stroom op te wekken om te voorzien in de gemiddelde jaarlijkse stroombehoeften van een gezin (3500 kWh) moet een installatie dus een vermogen van 4 kWp hebben.

3. Kilowatt elektrisch vermogen (kWe)

De kWe drukt het netto elektrisch vermogen uit dat een installatie met zonnepanelen kan opwekken, vóór de gelijkstroom die van de zonnepanelen afkomstig is in wisselstroom wordt omgezet (zie ook “omvormer”).

4. Monokristallijn zonnepaneel

Dit zijn de zwarte zonnepanelen. De siliciumkristallen van deze panelen liggen alle in dezelfde richting. Ze bieden een groter rendement bij rechtstreeks opvallend zonlicht.

5. Polykristallijn zonnepaneel

Dit zijn de blauwachtige zonnepanelen. In deze panelen liggen de kristallen in allerlei richtingen, steeds met hun gevoelige zijde naar buiten. Ze vangen onrechtstreeks zonlicht beter op.

Welk type zonnepanelen is voor jou ideaal? We geven je graag een woordje uitleg.

6. Temperatuurcoëfficiënt

Zonnepanelen houden niet van hoge temperaturen. Het rendement van de zonnecellen daalt als de temperatuur te hoog oploopt. De temperatuurcoëfficiënt (uitgedrukt in %/K) geeft dit rendementsverlies aan (in %) wanneer de temperatuur verandert met 1 graad (Kelvin).

7. Gelijkstroom

Ooit gehoord van AC/DC? Waarschijnlijk had deze bekende rockgroep verstand van elektriciteit. AC/DC betekent immers “alternating current/direct current” of “wisselstroom/gelijkstroom”. Gelijkstroom loopt in één enkele richting, van de positieve naar de negatieve pool. Je zonnepanelen wekken gelijkstroom op. Ze gebruiken daarvoor het foto-elektrisch effect (waarbij elektronen vrijkomen als licht op het paneel invalt).

8. Wisselstroom

De stroom afkomstig van het elektriciteitsnet is wisselstroom. Hij loopt in twee richtingen, van de positieve naar de negatieve pool en omgekeerd. In Europa verandert de wisselstroom van het net 50 keer van richting op één seconde (ook wel 50 hertz genoemd). De gelijkstroom van je zonnepanelen moet dus in wisselstroom worden omgezet om bruikbaar te zijn voor je apparaten. Daarvoor zorgt de omvormer.

9. Omvormer

Dit is de kern van je fotovoltaïsche installatie. De omvormer zet de gelijkstroom afkomstig van je zonnepanelen om in dezelfde wisselstroom als door het net wordt aangeleverd (230 volt). Soms heeft hij een display met de voornaamste gegevens van de stroomproductie. Het vermogen van de omvormer moet aangepast zijn aan het aantal panelen van de installatie. Het rendement van de installatie daalt als zijn vermogen te groot of te klein is.

10. Zonnepanelen in serie of parallel verbinden?

Bij zonnepanelen die in serie zijn aangesloten, wordt de spanning van alle panelen bij elkaar opgeteld. Elk paneel is dan met het volgende verbonden. De keten is dan maar zo sterk als zijn zwakste schakel. Dus als één paneel in de schaduw ligt, daalt de opbrengst van de hele keten. En dus ook je elektriciteitsproductie.

Als je panelen parallel met elkaar zijn aangesloten, wordt de stroomsterkte van alle panelen bij elkaar opgeteld. Elk paneel is dan apart met een centrale leiding verbonden. Als één paneel minder stroom produceert of defect is, heeft dat geen invloed op de productie van de andere panelen. Toch is parallele aansluiting niet altijd de beste oplossing. Alles hangt van je omvormer af.

11. Eénfase- of driefasemeter

Het grootste verschil tussen een éénfase- en een driefasemeter is het vermogen. Beide soorten meters zijn bruikbaar voor zonnepanelen. Bij een éénfasemeter is het vermogen beperkt tot 5 kW, bij een driefasemeter is maximaal 10 kW mogelijk. De stroom afkomstig van een driefasige installatie is dus krachtiger. Ga voor deze oplossing als je veel stroom verbruikt of als je over elektrische toestellen met een hoog energieverbruik beschikt, zoals een warmtepomp. Voor de meeste woningen is een éénfasemeter voldoende.

12. Bidirectionele meter

Dit is het type digitale meter dat momenteel in de verschillende gewesten van ons land wordt geïnstalleerd. Deze digitale meter meet apart de stroom die je in het net injecteert en de stroom die je eruit opneemt. Welke invloed heeft de digitale meter op het rendement van je zonnepanelen? Je leest het hier.

13. Terugdraaiende meter

Dit wordt ook wel het “compensatiemechanisme” genoemd. Als je de stroom van je zonnepanelen in het distributienet injecteert, daalt je meterstand. Omgekeerd loopt de meterstand verder op als je meer stroom uit het net afneemt dan je zonnepanelen produceren. Als je, over een jaar gemeten, precies evenveel stroom hebt verbruikt als je zelf hebt geproduceerd, dan staat er dus 0 kWh op je jaarlijkse energiefactuur. Let op: dit principe van de terugdraaiende meter wordt niet toegepast in Brussel. In het Brusselse Gewest is het sinds 1 januari 2020 vervangen door het gedeeltelijk compensatiesysteem.

 

14. Groene meter

De groene meter bepaalt hoeveel groenestroomcertificaten je ontvangt voor je stroomproductie. In Brussel zijn alle installaties ermee uitgerust. In Wallonië en Vlaanderen beschikken alleen oude installaties nog over een groene meter. In deze gewesten worden immers sinds enkele jaren geen groenestroomcertificaten meer toegekend.

15. Groenestroomcertificaten

Dit is een gewestelijke steunmaatregel voor bezitters van zonnepanelen. Eigenlijk gaat het om een virtueel tegoed, want een groenestroomcertificaat krijgt slechts waarde wanneer het wordt verkocht. Vlaanderen en Wallonië hebben dit systeem in 2014 afgeschaft voor nieuwe installaties in woningen. In Brussel bestaat het nog altijd.

Lees ook ons artikel: 5 vragen om alles te weten te komen over groenestroomcertificaten.

16. Integratie

Bij integratie in het dak worden de zonnepanelen niet bovenop het dak bevestigd, maar vervangen ze de dakbedekkingselementen zelf. Bij integratie moet voldoende aandacht worden besteed aan waterdicht maken van het dak.

17. Zelfverbruik

Zelfverbruik betekent dat je de elektriciteit die je zonnepanelen produceren op dat moment zelf verbruikt. Gewoonlijk gaat het om 30% van je totale productie. De rest komt dus op het net terecht. Maar er zijn 5 manieren om je zelfverbruik te vergroten!

18. Prosument

Iedereen die zelf zijn energie opwekt, is een prosument. Het kan gaan om zonnepanelen, een windturbine, een systeem van warmte-krachtkoppeling

19. Prosumententarief

Dit is het tarief dat aan prosumenten wordt aangerekend voor het gebruik van het distributienet. Het bestaat niet in Brussel. In Vlaanderen bestaat het prosumententarief nog, maar het is mogelijk om eruit te stappen. Vanaf 2021 wordt het niet meer toegepast voor nieuwe installaties. In Wallonië is het prosumententarief op 1 oktober 2020 ingevoerd, maar in 2020 en 2021 wordt het voor 100% gecompenseerd.

20. Injectietarief

Geldt enkel in Vlaanderen, voor de elektriciteit die je in het net injecteert. Dit tarief stelt je in staat om de stroom te verkopen die je zelf niet verbruikt. Het betreft dus de elektriciteit die je zonnepanelen produceren, maar die je op dat ogenblik zelf niet verbruikt.

21. IEC-normen

Deze normen werden ingevoerd door de International Electrotechnical Commission. Drie van deze normen garanderen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de zonnepanelen: IEC 61215, IEC 61646 en IEC 61730.

Nu ben je gewapend om met kennis van zaken een gesprek over fotovoltaïsche zonnepanelen te voeren !

Lees ook